Voorwaarden en criteria

Algemene voorwaarden

Volgens het Cultureel-erfgoeddecreet van 2012 moet elke collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie die een kwaliteitslabel wil behalen en behouden, voldoen aan de volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden :

  1. beheerd worden door een publiekrechtelijke of een privaatrechtelijke rechtspersoon zonder winstgevend doel;
  2. haar zetel en haar werking hebben in het Nederlandse taalgebied of in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;
  3. een aanvraag indienen.

Daarnaast moet de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie een permanente organisatie moet zijn die

  1. ten dienste staat van de gemeenschap en haar ontwikkeling;
  2. toegankelijk is voor het publiek;
  3. het cultureel erfgoed van de mens en zijn omgeving verzamelt, in stand houdt, onderzoekt, bekend maakt en tentoonstelt met het oog op studie, educatie en ontspanning.

Specifieke criteria

Van een erfgoedbibliotheek verwacht men dat die een werking ontplooit die past in de hedendaagse praktijk en theorie van de informatie- en bibliotheekwetenschap, en beheert een collectie cultureel erfgoed die loopt van de oudste schriftmaterialen en de eerste gedrukte werken tot de moderne en hedendaagse gedrukte en digitale publicaties.

Verder zijn de volgende criteria zijn van toepassing voor de toekenning en het behoud van een kwaliteitslabel:

  1. beschikken over een collectie cultureel erfgoed die door de onderlinge samenhang en het profiel ervan, de verbanden en de context, de mogelijke uniciteit of de materiële waarde ervan door en voor een cultureel-erfgoedgemeenschap voldoende belangrijk wordt geacht om in een collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie te worden ondergebracht;
  2. een duidelijke visie hebben op de totaliteit van de werking van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie, waarbij de basisfuncties op elkaar zijn afgestemd;
  3. de verzamelfunctie, de behoud- en beheerfunctie, de onderzoeksfunctie en de publieksgerichte functie, de basisfuncties genoemd, vervullen. Daarvoor worden aan het cultureel erfgoed aangepaste, algemeen aanvaarde internationale standaarden en kwaliteitsvolle, dynamische werkvormen en -methoden gehanteerd;
  4. een degelijk zakelijk beleid voeren zodat er voldoende garanties worden gegeven over het in de toekomst blijven bestaan van de collectiebeherende cultureel-erfgoedorganisatie en over de uitvoering van de basisfuncties;
  5. de algemeen aanvaarde deontologische regels in acht nemen.
  • Dossierpagina
  • |
  • 06-06-2010